persoonlijkheid of waarden?


Veruit de meeste persoonlijkheidstests, die in de zakelijke dienstverlening worden gebruikt, zijn gebaseerd op dichotomieën uit het werk van C.G. Jung (MBTI, Big5, Insight, MDI, Disc). Meestal worden vier dichotomieën gebruikt, maar sommige instrumenten gebruiken er slechts twee of drie. Het gaat om de schalen:

  • introvert versus extravert
  • intuïtief versus sensing
  • denken versus voelen
  • judging versus perceiving

Interessant is dat Jung bij de beschrijving van deze dichotomieën oorspronkelijk de gedachte had dat een gezond mens gemakkelijk tussen de betreffende polen heen en weer kan bewegen. Onmogelijkheid om te switchen tussen de polen was voor Jung een signaal van (dreigende) psychose. Een mens is dus volgens Jung niet óf introvert óf extravert, een mens wisselt deze twee mentale standen af. De na de Tweede Wereldoorlog ontstane testpraktijk heeft hiervan afstand genomen: aan de hand van een testresultaat wordt een mens telkens ingedeeld op één pool van de dichotomie. Daarmee ontstaan persoonlijkheidstypen die worden gepresenteerd als vaststaand en stabiel, en van toepassing in iedere levenssfeer.

Dat daarmee een onnodig beperkt en rigide mensbeeld ontstaat wordt bij ieder carnaval bewezen (wanneer introverte rationele persoonlijkheidstypes dagenlang in een extraverte gevoelsmodus schieten), maar dat heeft de testpraktijk niet gestoord. Mensen worden naar type ingedeeld als waren hun persoonlijkheden in steen gebeiteld. Vervolgens gaan sommigen nog zo ver, zelfs functies aan persoonlijkheidstypen te verbinden. Alsof mensen radertjes in organisaties zijn, en de sociale context er niet toe doet.

Het beeld van de vaste, onveranderbare persoonlijkheid is inmiddels volkomen achterhaald. Wie het werk van Maslow uit de jaren ’50 heeft gemist (Maslow betoogde dat menselijk gedrag sterk verandert als men naar een ander niveau van behoeftebevrediging migreert), kon nog recent in Science lezen dat datgene wat als ‘persoonlijkheid’ wordt aangeduid, volstrekt niet stabiel is. Zelfs op hoge leeftijd kunnen nog aanzienlijke verschuivingen plaatsvinden. Op zichzelf is dat ook in overeenstemming met het werk dat de persoonlijkheidspsychologie heeft verzet in het zoeken naar persoonlijkheidskenmerken met een stabiel karakter. Aan de validiteitseis dat een subject door de jaren heen een zelfde testuitslag moet krijgen, heeft geen enkele test kunnen voldoen.

Drijfverentests zoeken naar wat mensen eigenlijk willen. Zonder pretenties rond persoonlijkheid en zonder pretenties van levenslange stabiliteit. Wat een mens wil, dat wat belangrijk voor hem is, verandert tijdens zijn leven. Bovendien kunnen mensen in verschillende levenssferen heel verschillend zijn. Op het werk, in het gezin, tijdens het sporten, in iedere levenssfeer wordt anders ‘geschakeld’ De consciëntieuze werker kan een zachtaardige vader zijn, en een killer op het voetbalveld. Dat is ook de reden waarom drijfverentests altijd nadrukkelijk worden gemaakt op een specifieke levenssfeer: RealDrives is gemaakt voor de werkomgeving.