voorkeur + omgeving = gedrag

RealDrives meet 6 verschillende drijfveren en drukt zowel voorkeur als omgeving en gedrag uit in deze drijfveren. RealDrives gebruikt voor iedere drijfveer een specifieke kleur. Met de keuze van de kleuren is aangesloten op de kleurcode, zoals die algemeen in de literatuur wordt gebruikt. De grote kracht van de kleurcode is, dat hij een taal creëert die niet alleen persoonlijke trekken, maar ook waarnemingen en gedrag kan kenschetsen.
RealDrives

Voor alles is het belangrijk om te begrijpen dat gedrag een methode is om dingen te realiseren. De drijfveer wil iets, de omgeving wordt getaxeerd, en dan wordt gedrag ingezet om resultaten te bereiken. Het ligt eigenlijk voor de hand dat het gedrag dus niet een uiting van de innerlijke mens is, maar veel meer een instrument. Gedrag wordt instrumenteel ingezet om doelen te bereiken die vanuit de drijfveer gezien zinvol zijn. De kleur van het gedrag kan dus heel anders zijn dan de kleur van de drijfveer. Zo zal de oranje gedreven autoverkoper echt geen oranje gedrag vertonen als hij een auto wil verkopen. Hij zal eerder blauw en groen gedrag inzet- ten: betrouwbaar en vriendelijk. En dat zou wel eens een heel succesvolle gedragsstijl kunnen zijn. En als die stijl werkt, heeft de verkoper oranje gescoord. Bingo, de oranje drijfveer heeft gescoord.

Schermafbeelding 2017-02-09 om 20.01.46

Succesvol gedrag is niet heel makkelijk. Gedrag beweegt zich altijd in de spanning tussen drie polen, die van effectiviteit, acceptatie en energie. Succesvol gedrag wordt geaccepteerd door de omgeving, is effectief en kost niet te veel energie. Maar op alle drie de fronten kan het fout gaan: verkeerd gedrag kan leiden tot verlies van acceptatie, van effectiviteit en van energie.

De redenen waarom mensen zich aanpassen zijn niet eenduidig. Men kan zich bewust aanpassen, maar het gebeurt ook vaak onbewust. Vooral kopieergedrag gaat vaak onbewust, en we zien regelmatig mensen zich- zelf voor het hoofd slaan: ‘Oh wat stom, waarom doe ik dit eigenlijk? Waarom blijf ik niet dichter bij mezelf?’ Voor bewuste en halfbewuste aanpassingen kunnen mensen vaak wel een reden noemen. Daar waar mensen zich inhouden, dus een drijfveer in hun gedrag onderdrukken, wordt daar meestal een reden voor gegeven in de trend van ‘dat valt hier niet goed’. Voor de inzet van gedrag dat je op grond van de drijfveer niet zou verwachten, weten mensen vaak een heel goede reden te geven. In de tabel hiervoor geven we daar een beeld van.

stacks_image_115-1

Alle oordelen die we over onze omgeving hebben, komen voort uit onze wil. Onze wil is de maat der dingen, en bepaalt of we het koud of warm vinden, vies of lekker, te groot of te klein. Dingen die precies met onze wil overeenstemmen nemen we minder scherp waar dan dingen die ons niet bevallen. Die storen ons, prikkelen onze wil. Onze wil is een gekleurde bril waardoor we onze omgeving waarnemen en beoordelen. Mensen die andere dingen willen, zien en horen andere dingen en oordelen anders.

Iemand die een boodschap ontvangt, zoekt direct het antwoord op de vraag: past deze boodschap die ik ontvang bij wat ik wil, of niet? Om die vraag te beantwoorden zijn er twee wegen: beoordeel de boodschapper en beoordeel de boodschap. Als we bij de boodschapper niets van onze eigen drijfveren herkennen, wordt de ontvangst al erg moeilijk. Denk maar na:

  • Waarom zou je, als je erg paars gedreven bent, luisteren naar iemand die niet aanvoelt wat voor jouw kring belangrijk is?
  • Waarom zou je, als je erg rood gedreven bent, luisteren naar iemand die toch niet de power heeft om te doen wat hij zegt?
  • Waarom zou je, als je erg blauw gedreven bent, luisteren naar iemand die niet weet hoe dingen werkelijk in elkaar steken?
  • Waarom zou je, als je erg oranje gedreven bent, luisteren naar iemand die niets voorstelt?
  • Waarom zou je, als je erg groen gedreven bent, luisteren naar iemand die arrogant overkomt?
  • Waarom zou je, als je erg geel gedreven bent, luisteren naar iemand die dingen zegt die domweg niet kloppen?

In menige vergadering is dat makkelijk te zien: als iemand met een sterk afwijkend drijfverenpatroon het woord neemt, kijkt iedereen meteen naar de persoon met de hoogste status. De spreker voelt al snel aan dat de aandacht voor zijn boodschap klein is. Hoe waardevol de boodschap ook zijn moge, hij wordt slecht gehoord als de drijfveer van de boodschapper afwijkt van de patronen van de ontvangers.

Hoe werkt dat dan in groepen? Dan treedt een belangrijke regel in werking: mensen neigen er toe met elkaar te communiceren op hun hoogste gemeenschappelijke drijfveer. Mensen met een drijfverenprofiel waarin de gemeenschappelijke drijfveer van een groep niet of amper aanwezig is, kunnen moeilijk in de groep meekomen. De consequenties daarvan zijn dat mensen in groepen elkaar versterken in hun beelden van de werkelijkheid, hoezeer die ook vertekend zijn. Mensen met afwijkende drijfveerpatronen die de wereld heel anders zien, passen slecht in de groep en hebben moeite hun afwijkende beelden onder de aandacht te brengen en krijgen daardoor makkelijk het gevoel min of meer te worden uitgestoten.

De taal helpt ook niet altijd met het scheppen van duidelijkheid. Met onze woorden proberen wij elkaar dingen duidelijk te maken, maar niet zelden blijkt dat taal eerder versluierend dan verhelderend werkt. Veel woorden worden namelijk ‘geladen’ door de drijfveer van de spreker, maar ook door de ontvanger. En als die verschillende drijfveerpatronen hebben, denken ze elkaar te begrijpen. Dat blijkt echter vaak een illusie. Een voorbeeld: een blauwe spreker bedoelt met ‘integriteit’ dat mensen zich aan de regels moeten houden, maar een oranje ontvanger van de boodschap denkt dat integriteit betekent dat hij open is over zijn doelen. Ze zijn het roerend eens dat dingen integer gedaan moeten worden, maar ze geven een heel verschillende lading aan het woord ‘integer’.